Thoth Tarot: Grote Arcana
kaarten XVIII t/m 0


XVIII. De Maan
loutering - nacht - mystiek - beproeving - loslaten - genezing - reiniging


De Maan schijnt over het Dal van Duisternis, waar mensen soms doorheen moeten om verder te kunnen groeien. Twee wachters zorgen ervoor dat alleen mensen die er klaar voor zijn door de poort gaan. De wachters vertegenwoordigen Anubis, de begeleider van de Ziel door de onderwereld.
Het is midden in de nacht. De allesverhelderende zon is weg en de Maan verlicht maar gedeeltelijk wat voor je ligt. Dit is een mystieke droomwereld, waar dingen niet per se logisch met elkaar verbonden zijn. De visie van je hoofd zal je hier weinig helpen. Logica laat je hier alleen maar in cirkels lopen. Je intuïtie en je diepe gevoel van wat waar is en wat illusie, zal je het dal uit leiden.
Het is belangrijk dat je in het donker niet je wezen en je ware doel vergeet.
Je staat voor de poort naar nieuwe niveaus van bewustzijn. Dit is de laatste beproeving, de laatste opgave. Het doorstaan ervan zal je in staat stellen om angsten en blokkades los te laten die je al heel lang in de weg zitten.
Voor wie durft, is succes verzekerd: aan de horizon daalt negen maal "genade" op het pad neer.
Onderaan de kaart brengt de scarabee het zonlicht terug naar de hemel: nieuwe helderheid en voorspoed zal de wereld verlichten.

XIX. De Zon
vreugde - liefde - bewustzijn - waarheid - warmte - voeding - zelfvertrouwen


Twee vrolijk dansende vlinderkinderen kijken blij op naar de Zon. Ze zijn zo nieuw en fris als het zonlicht zelf, zonder schaamte of schuld. De Zon straalt uitbundig en verlicht de hele wereld. Hier heerst optimisme, vreugde en speelsheid. Alles ademt dat het leven goed is. Iedere dag opnieuw overwint de Zon het duister, maar niet door deze weg te duwen, maar door het duister te vervullen en te voeden. De Zon is het grootmoedige, allesgevende, onvoorwaardelijke principe. Verenigd en gevoed door liefde komt alles tot bloei.
De twee rozen met kruizen staan voor het harmonieuze samengaan van het spirituele en het aardse, het eeuwige en het tijdelijke. De twaalf dierenriemtekens verbeelden het verloop van tijd in een duidelijke orde. De Zon staat daar centraal in, want de dierenriem is niets anders dan de weg die de Zon aflegt door de hemel. De Zon bepaalt het jaar en daarom heeft het hier 36 punten: een verwijzing naar de 360 dagen van het oorspronkelijke zonnejaar.
Ook de corona van de Zon heeft vorm gekregen op Aarde, als de ring om de top van de heuvel. Deze ring huwt Zon en Aarde. De Zon is het eindpunt van de reis naar onszelf, want zij is de manifestatie van het hoogste Licht in ons. De ring om de heuvel begrenst het laatste deel van onze reis op Aarde. Voorbij de ring is er alleen nog maar liefdevolle eenheid.

XX. De Aeon
onschuld - eeuwigheid - zelfexpressie - evolutie - communicatie - innerlijke kind - je ware zelf zijn


Aeon is de Perzische god van de wereldtijd, vertegenwoordiger van de eeuwigheid. De kaart van de Aeon verweeft dan ook verleden, heden en toekomst met elkaar, doordat verschillende beelden door elkaar heen lopen. Op de voorgrond is Aeon vereenzelvigd met het kind Horus, de brenger van de Nieuwe Tijd. Horus is de messias, de redder, geboren uit de verbinding van hemelgodin Noet en Seth, de god van manifestatie en dynamiek. Noet, zijn moeder, buigt zich koesterend over hem heen, zoals de hemel de mensheid koestert. Op de achtergrond zien we de volwassen god Horus: zoals hij was in een vorig tijdperk, maar ook hoe hij ooit weer zal zijn.
Horus, de Aeon, brengt complete vernieuwing en transformatie; een schoon en nieuw begin. Hij brengt ons de Nieuwe Tijd, omdat zijn hoogste bestemming is om zichzelf te zijn. En dat is waar het huidige tijdperk van menselijke evolutie om draait: het toegroeien naar je ware zelf.
Daarom gaat deze kaart ook over het aanboren van voorheen verborgen of helemaal nieuwe talenten én meer in contact komen met je innerlijke kind. Creativiteit en zelfexpressie zijn sleutelbegrippen in dat proces.

XXI. Het Universum
het geheel - perfectie - voleinding - verandering - bezieling - loslaten - genieten


De godin Eurynome en de slang Orphion dansen hun oneindige dans. Dit zal resulteren in de verwekking van het Orphisch ei: de oorsprong van hemel en aarde. Eurynome en Orphion dansen in het Alziende Oog, dat alles ziet, van voor het begin tot na het eind van alle dingen.
De dansende godin is helemaal van goud. Daarmee verbeeldt ze de perfectie van het Universum. De slang staat voor de doorgaande transformatie die het leven in onze wereld kenmerkt. Het met sterren bezaaide hemelrad verbindt de principes van eeuwige perfectie en voortdurende verandering van alles.
Perfectie en transformatie zijn twee zijden van dezelfde medaille. Alle transformatie vloeit voort uit het leven, kloppen en vibreren van het Universum. En het Universum leeft omdat wij, levende wezens, het bezielen. Als we ergens door geschokt en uit balans raken, kan het lijken alsof het Universum tekort schiet, maar dat lijkt alleen maar zo aan de oppervlakte van het zijn. Je kunt aan alles wat er om je heen gebeurt heel veel plezier beleven als je loslaat dat het eng of gevaarlijk voor je is. Dat is het niet. Het Universum is perfect en veilig voor ons, want wij zijn de onaantastbare scheppers ervan.

XXII. Al-Wat-Is
goedheid - vertrouwen - neutraliteit - ouderschap - geluk - eenheid - liefdevolle zorg




0. De Dwaas
onschuld - oneindigheid - vreugde - levenskunst - zorgeloosheid - onbevangenheid - zelfexpressie


De Dwaas draagt het nummer 0. Hij is de hoogste én laagste kaart van de Grote Arcana. Hij overstijgt tegenstellingen en verbindt ze daardoor: vuur en water komen samen in zijn handen.
Hij is voorjaarsgod Dionysos of god van het levensgenieten Bacchus. Hij is Tijl Uilenspiegel, die overwint door zich nergens zorgen over te maken; en Parcival, de ridder die de Heilige Graal bereikt door zijn onschuld.
De kristallen kegel op het hoofd van de Dwaas verbindt hem met zijn Hoge Weten en de gehele kosmos. De twee hoorntjes ernaast zijn tekenen van zijn vermogen tot ongedwongen en onbeschaamde vreugde en levenshonger.
De Dwaas is er niet op uit om verlichting te vinden, maar om werkelijk en voluit te leven! Hij laat ons zien dat onze ideeën van zekerheid en succes illusies zijn.
Een lange navelstreng in vier lussen symboliseert wedergeboorte en de altijd aanwezige mogelijkheid om jezelf opnieuw uit te vinden. De eerste lus gaat om het hart (emoties), de tweede begint en eindigt bij de duif (liefde), onderin de derde lus liggen twee kinderen (verbinding) en een krokodil ligt in de vierde lus, als symbool van het overwinnen van angsten en het vinden van je ware creativiteit. Iedere lus geeft dus iets weer van de weg die de Dwaas aflegt, de wereld in. Rode draad daarin is toenemende expressie van zijn ware zelf.