|
| ||||
R-versum |
Luz de Flo
Walter de poolvos liep de kamer uit. "Bedankt hoor," zei hij. Achter hem sloot Dwight Padding de deur. "Graag ge - daan," zei Dwight. Ook niks, dacht Walter. Het onderzoek wil niet erg vlotten. Terwijl Walter door de gang liep, tuurde hij op zijn plattegrond van het kasteel. Hij keek eens om zich heen. Hier ben ik al geweest, dacht hij. Of niet? Opeens zag hij in een nis een smalle trap naar boven. Hij kon de trap niet terugvinden op de kaart. Nou Mijnheer Poolvos, zei hij tegen zichzelf, daar ben je zéker nog niet geweest. Bovenaan de trap bevond zich een donkere overloop met een enkele deur. Walter klopte aan. Binnen klonk gestommel. De klink begon piepend te bewegen en de deur opende zich tot op een smalle kier. Walter zag een paar ogen door de kier turen. "Goed volk?" vroeg de persoon achter de deur. "Eh … ja. Inderdaad." De ogen verdwenen en de deur werd gesloten. Walter wist niet goed wat hij ervan moest denken. Een paar tellen later ging de klink weer naar beneden en kwam de deur weer op een kier te staan. "Wat is het wachtwoord?" Het was een meisjesstem was die het hem vroeg. "Wachtwoord?" Walter hoorde gefluister achter de deur. "Ja, het wachtwoord," kreeg hij geïrriteerd te horen. "Dat weet ik niet," zei Walter. "Fout!" riep een andere, schrille stem vanachter de deur. "Ja, fout," beaamde de vrouwenstem, "maar wel eerlijk." De deur ging nu verder open. In de deuropening stond een wit konijnenmeisje. Ze droeg een crèmekleurig jurkje, met daaronder korte beige laarsjes van gordeldierleer. Walter keek in haar groen-blauwe ogen en stond als versteend. Het konijnmeisje greep Walters poot en trok hem de kamer in. "Schiet op, voordat iemand ons samen ziet!" beet ze hem toe. Wie zou ons samen kunnen zien, vroeg Walter zich af, en waarom zou dat erg zijn? Walter stond in een ruime, hoge en lichte kamer. In de kamer stond een groot hemelbed met daarop een enorme hoeveelheid knuffels. Verder was er een toilettafel met een spiegel. De wasbak werd omringd door allerlei soorten geurtjes, crèmes en vachtverzorgingsproducten in evenzovele flesjes, flacons en potjes. Het was duidelijk een meisjeskamer. Het rook er naar naaldbomen en kaneel. Lekker, vond Walter. Toen zag hij de kraai zitten op een laag tafeltje. "Je had het fout!" riep de kraai naar hem. "Fout!" Walter keek ongemakkelijk naar het konijnenmeisje. "Je mag je wel aan me voorstellen, hoor," zei zij. "Je bent niet te min voor me, als je dat soms denkt." De prinses keek schuin de lucht in, terwijl ze met haar rechterpootje heel langzaam over haar oor streek. "O ja, natuurlijk," zei Walter. "Ik ben Walter. Aangenaam." Hij stak zijn hand uit. "Enchanté, ridder Walter. Mijn naam is Prinses Florence." De prinses legde haar hand op die van Walter. "Maar jij mag Flo zeggen." Walter schudde verlegen haar vingers en wilde zijn hand terugtrekken, maar de prinses hield die vast. "Ik sta je toe mij een handkus te geven," zei ze en glimlachte.
|
R-versum
De voet van de toren "Luz de Feliu", aan de westzijde van Blixroode. Het balkon van prinses Florence is geheel bovenaan zichtbaar. Vanwege de staatsveiligheid is afbeelding van hogere delen van de toren niet toegestaan. |
||
|
| ||||